Historie Steenwijkerwold
Sjef Damhuis
60 jaar ouderenwerk Steenwijkerwold
Dit artikel is een verkorte weergave van het boekje “60 jaar bejaardenwerk in Steenwijkerwold”, dat werd uitgegeven in het kader van de opening “De Soos Woldleite”.
Tot de jaren ’60 bestonden er in Nederland vrijwel geen voorzieningen en activiteiten voor ouderen. Wanneer je stopte met werken leek het er wel op, dat je in feite was afgeschreven voor de maatschappij. Wie niet door familie kon worden opgevangen of verzorgd, belandde veelal in eenzaamheid en was eigenlijk afhankelijk van liefdadigheidsorganisaties of kerkelijke instanties. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal ouderen in een rap tempo, mede door betere medische voorzieningen. Volgens het CBS steeg de gemiddelde levensverwachting van 61 jaar in 1945 naar 71 jaar in 1960.
Een grote verandering vond plaats in 1957 toen het kabinet Drees de Algemene Ouderdomswet (AOW) invoerde. Met de invoering moest worden voorkomen dat iemand op zijn oude dag zonder inkomen zou raken. Ouderen waren daardoor niet meer afhankelijk van anderen. Vanaf dat moment kreeg Willem Drees al zijn bijnaam ‘vadertje Drees’ en werd het zogeheten ‘trekken van Drees’ een bekend begrip.
Er was nu ook voor iedere oudere geld om deel te kunnen nemen aan allerlei activiteiten die voor deze doelgroep werden georganiseerd. Steeds meer onofficiële clubs voor ouderen maakten hun opwachting.
Situatie in de gemeente Steenwijkerwold
De eerste activiteit voor ouderen in de voormalige gemeente Steenwijkerwold werd al in 1937 georganiseerd en kreeg de naam “De Zonnedag”. De organisatie was toen in handen van de Bond van Staatsgepensioneerden, afdeling Willemsoord. Het doel van de activiteit was volgens een citaat uit de Opregte Steenwijker Courant om “de bejaarden in Steenwijkerwold een zorgenvrije dag aan te bieden.” Volgens de krant namen er wel 39 oudjes aan deel. De reis ging naar de dierentuin in Emmen. Om acht uur was de groep terug en werd hartelijk verwelkomd door muziekvereniging “De Woldklank”.
In 1962 namen ruim 200 personen deel aan de 25-jarige jubileumtocht, die met particuliere auto’s naar Gaasterland en de Noordoostpolder werd gemaakt. Op verscheidene plaatsen zorgde de bekende muzikant Gé Scholten voor zijn vrolijke accordeonmuziek. Aan het einde van de dag was wederom “De Woldklank” aanwezig om volgens de Opregte Steenwijker Courant “de oudjes als het ware naar huis te begeleiden.”
1964 Oprichting van een werkcomité
In september 1964 vond er in “Huize Bergstein” – de burgemeesterswoning in Tuk – een bijeenkomst plaats met burgemeester drs. L.G. Boldingh, pastoor Reijers, dominee F. de Ruiter, arts dokter Bouwer sr en maatschappelijk werkster mejuffrouw. A. Achterberg. Zij kwamen tot de conclusie dat het bejaardenwerk in de gemeente Steenwijkerwold beter moest worden georganiseerd. Er werd tijdens deze bijeenkomst besloten tot de oprichting van een werkcomité, dat voorbereidingen ging treffen voor een later op te richten “Raad voor het Bejaardenwerk”.
De Oprechte Steenwijker Courant schreef enkele dagen na de oprichting, dat het doel van het comité was om: “geregelder en méér te kunnen doen voor deze vergeten groep van onze bevolking.”
1965: Oprichting Raad voor Bejaardenwerk Steenwijkerwold
Na vele vergaderingen van het werkcomité was het dan eindelijk zover: op woensdagavond 24 maart 1965 werd in het gemeentehuis de “Raad voor Bejaardenwerk Steenwijkerwold” geïnstalleerd. De raad zou gaan bestaan uit twee personen uit ieder buurtschap, samen met vertegenwoordigers van kerken, kruisverenigingen en andere organisaties die zich bezighielden met het ouderenwerk. De nieuwe raad zou bestaan uit ongeveer 50 personen.
De plechtige installatie werd verricht door mr. G.C. Dun, adjunct-directeur van de Stichting Overijssel uit Zwolle. In zijn installatietoespraak zei de heer Dun: “Het werk waaraan u bent begonnen, zal spoedig de ervaring geven, dat dit bijzonder dankbaar werk is.” Steenwijkerwold was volgens hem ook de eerste gemeente in Overijssel waar een “Raad voor Bejaardenwerk” werd opgericht.
Burgemeester Boldingh was zeer verheugd met de installatie. Hij wenste de raad zeer veel succes en merkte in zijn toespraak nog op: “Het doet me als burgemeester goed te mogen constateren dat een gemeente, die door gezaghebbende instanties tot de achtergebleven gebieden wordt gerekend, op dit terrein één van de zeer vooruitstrevende is”.
Het dagelijks bestuur werd gevormd door:
- Voorzitter: Dr. J. Bouwer sr
- Secretariaat: J. de Vries-Berkum en J. Bolding- Fennema
- Penningmeester: Th. Schuurman
- Leden: P. Vredenburg
H. Veenstra
J. de Weerd-Knol
J.Bennen
Punten waarmee de nieuwe organisatie zich in 1965 bezighield waren:
- Het aanvragen van “kolentoeslag” voor ouderen van die het bezwaarlijk vonden om naar het gemeentehuis te gaan. Dit was een financiële tegemoetkoming van de overheid vanwege de gestegen prijs van steenkolen.
- Het organiseren van gezellige middagen.
Niet alle initiatieven waren succesvol. Hulp bij het aanvragen van telefoonverbindingen werd door de PTT bijvoorbeeld niet op prijs gesteld. Aan de busmaatschappij “Noordwesthoek” werd verzocht of het mogelijk was om de bus Steenwijk-Blokzijl éénmaal per dag via Scheerwolde en Wetering te laten rijden, omdat: “het lopen in weer en wind naar de hoofdweg voor de bejaarden in Scheerwolde en Wetering te zwaar was. Aan dit verzoek werd evenmin gehoor gegeven.
Een succes was een verzoek van een familie om een oude dame van 78 jaar te helpen bij de voorbereidingen van een bezoek aan haar dochter in Australië.
Maaltijden voor ouderen
In april 1966 werd gestart met het verstrekken van warme maaltijden aan ouderen. In de volksmond werd het rondbrengen al snel “Tafeltje Dekje” genoemd. Begonnen werd met het brengen van eten naar een tweetal personen. Drie jaar later was dat aantal al gestegen naar 35 personen. De maaltijden werden in de eerste jaren bereid in de keuken van “De Voorzienigheid”. Zr. Clementio was samen met haar assistente Jantje Pluim verantwoordelijk voor – zoals de Opregte Steenwijker Courant in een artikel schreef – “de voorbeeldige en heel persoonlijke zorg voor iedere bejaarde, rekening houdend met de verschillende diëten, ja zelfs met smaak en voorkeur van de cliënten.”
Vanwege een reorganisatie in 1970 was het niet meer mogelijk om de maaltijden te betrekken van “De Voorzienigheid” en nam de keuken van bejaardencentrum “Zonnekamp” in Steenwijk deze dienstverlening over. Vanaf 2007 werden de maaltijden betrokken bij multifunctioneel centrum Lyckelema Stins uit Wolvega.
Een man die onlosmakelijk verbonden was met het verstrekken van maaltijden aan ouderen was Pé Vredenburg uit Gelderingen. Met zijn Dafje reed hij zesmaal per week de route: vanaf Gelderingen. Kerkbuurt, Thij, Eesveen, De Pol, Ronde Blesse, Marijenkampen om vervolgens weer terug te rijden naar de zusters in Gelderingen om nieuwe pannetjes op te halen. Zijn tweede rit ging via Basse, Paasloregel, Oldemarktseweg en dan weer terug naar “De Voorzienigheid”. Pé schafte zelfs een grotere Daf aan, omdat niet alle pannetjes meer in zijn auto pasten. Helaas kon Pé wegens een oogoperatie niet langer autorijden en moest hij in 1971 noodgedwongen stoppen.
Uitreiking van maaltijden door Pé Vredenburg aan Poppe de Lange in de Bass
Foto: Henk Bruinenberg. Archief Teun Smit
Pionier Pé Vredenburg
Pé Vredenburg zou je als de pionier van het bejaardenwerk in Noord-Nederland kunnen beschouwen. Veel van zijn ideeën op het gebied van ouderenwerk zijn later door andere instanties overgenomen. In 1971 werd Pé vanwege zijn verdiensten Koninklijk onderscheiden. Burgemeester Boldingh noemde hem in zijn toespraak een “onbezoldigd maatschappelijk werker, die zich jarenlang heeft ingezet voor de belangen van de bejaarden in de gemeente Steenwijkerwold.” Tot op hoge leeftijd bleef Pé actief in het ouderenwerk. Altijd konden ouderen bij hem terecht voor raad en advies. In 1976 werd als waardering voor zijn werk een straat naar hem vernoemd in Steenwijkerwold. Pé Vredenburg is in 1987 op 89 jarige leeftijd overleden.
Activiteiten
Vanaf 1966 werden er enorm veel activiteiten voor de senioren georganiseerd. Een greep uit deze grote verscheidenheid:
Op dinsdag 10 mei 1966 werd er een tocht georganiseerd naar het dierenpark in Emmen. Met een viertal bussen vertrokken om half negen 325 deelnemers vanuit Tuk in Drentse richting. Bejaarden die slecht ter been waren konden meerijden in verscheidene personenauto’s, die achter de bus aanreden. In “De Kraante van ’t Wold” van juni is een uitgebreid verslag te vinden van deze reis, waarbij werd opgemerkt: “Het wordt steeds moeilijker om dergelijke tochten te organiseren. Dit omdat de wegen steeds voller raken. Dat wil zeggen: in tien jaar tijd zijn er minstens driemaal zoveel auto’s bijgekomen en alles wordt duurder.”
Er werd op 22 maart 1966 een waarschuwing in de Opregte Steenwijker Courant geplaatst, omdat een “brillenkoopman” uit Meppel die in buurtschap Wetering probeerde om op zeer opdringerig wijze brillen te verkopen aan bejaarden. De verkoper maakte de mensen wijs dat hij dit deed in overleg met het bestuur van de Raad voor Bejaarden. Uit de advertentie: “Beste mensen trap hier niet in, de Raad heeft hier niets mee te maken. Mocht het voorkomen, bel dan direct de politie, of bestuurslid P. Vredenburg, telefoon 8277.” Het resultaat van deze actie was zo staat te lezen in het jaarverslag van 1966: “dat de man volledig van de aardbodem was verdwenen.”
Op dinsdag 14 mei 1966 werd in café Bijker op de Bult een verkeerscursus voor bejaarden georganiseerd. Het was de bedoeling dat de cursus al eerder zou worden gehouden, maar die werd enkele weken uitgesteld, omdat “de politie zich voordien op de hoogte wilde stellen van de nieuwe verkeersregels
Op advies van voorzitter dokter Bouwer sr. werd in juni 1966 gestart met een voor die tijd wel bijzondere activiteit: senioren konden gebruik maken van een pedicure. In het jaarverslag van 1966 valt te lezen: “Dokter Bouwer (die het weten kan) zegt, dat veel oudere mensen beslist beter zouden kunnen lopen als ze zich lieten behandelen door een pedicure.” Zuster Placidia van “De Voorzienigheid” werd bereid gevonden om iedere derde dinsdag van de maand een spreekuur voor bejaarden te houden tegen een speciaal tarief van drie gulden per behandeling.
In de winter van 1967 stond in ‘’De Kraante van ’t Wold” de oproep om “bij de grote schoonmaak eens te kijken of er misschien nog kleding over was, die niet meer gebruikt werd. Wist u dat in Steenwijkerwold nog veel oude mensen zijn die geen cent meer hebben dan hun AOW? Daarom is het wenselijk, dat deze bewoners wat meer armslag krijgen en willen dit gedragen goed, ook ondergoed (maar dan ouderwets) graag aanvaarden.”
Een relletje was geboren! Verscheidene inwoners waren enorm boos om deze oproep en reageerden met: “Het is hier geen oorlog meer” en “waarom moeten ouden van dagen in tweedehands kleren lopen?” Het bestuur snapte de reacties niet helemaal en schreef: “En dan te bedenken, dat momenteel, ondanks onze welvaart, onze tienerzoons en dochters in de kasten van opa en oma duiken om oude kleren bv op het Waterlooplein te verkopen. Het kan verkeren.” Het bestuur kwam na enige tijd tot de conclusie dat het beter was om met dit initiatief te stoppen.
De soos
In juli 1967 ontving het bestuur een brief van een inwoonster die recent in Steenwijkerwold was komen wonen. In de brief vroeg zij of het mogelijk was om in Steenwijkerwold een bejaardensociëteit op te richten. In haar vorige woonplaats Haarlem ging ze hier altijd trouw naar toe. Volgens de briefschrijfster was het een nuttige manier voor het leggen van sociale contacten. Het bestuur vond het wel een goed idee en besloot om een oproep te plaatsen in “De Kraante van ’t Wold”. Helaas kwamen er geen reacties.
In de notulen van de bestuursvergadering staat hierover geschreven: “De bejaarden in Steenwijkerwold hebben waarschijnlijk geen tijd om kaartjes te leggen en om te praten met elkaar. We kunnen eens een proef doen, maar hier gaat wel veel tijd en energie in zitten.”
Een jaar later besloot het bestuur van de Raad om opnieuw een poging te wagen om een bejaardensociëteit op te richten. En met succes. In de volksmond werd deze al snel “De soos” genoemd. Er werd gestart in een lokaal van “De Voorzienigheid”, vervolgens in het Kruisgebouw in Gelderingen en in mei 1978 kregen de ouderen de beschikking over het voormalige gymlokaal aan de Oldemarktseweg. Het gebouw werd omgetoverd tot een dienstencentrum voor ouderen. Het kreeg de zeer toepasselijke naam: “’t Olde Wold”. De activiteiten die plaatsvonden tijden “De soos” waren voornamelijk: zingen, sjoelen, kaarten, biljarten en bingo.
Spanning tijdens het spelen van een spelletje bingo. Foto Lute Bouwer
Bejaardenwerk Steenwijkerwold wordt een stichting
Aangezien het bejaardenwerk in Steenwijkerwold geen juridische status kende, werd in 1968 besloten om er een stichting van de maken. Op 26 januari 1968 werd het een officiële stichting die de naam kreeg: “Stichting Raad voor Bejaardenwerk Steenwijkerwold”. Het was de eerste officiële stichting in Nederland die zich bezighield met het bejaardenwerk.
De S.O.S-waarschuwingsdriehoek
In maart 1968 ontvingen ongeveer 100 alleenwonende ouderen in de gemeente een rode lichtgevende driehoek, die bij nood voor het raam gezet kon worden. Voorbijgangers konden dan zien dat de betreffende bewoner hulp nodig had. Het idee kwam oorspronkelijk uit Engeland en het Nederlandse Rode Kruis wilde dit overal in het land invoeren. Steenwijkerwold had de primeur voor Noord-Nederland. Bestuurslid en oud-adjudant van de politie J. Kobes had alle schoolhoofden in de gemeente bezocht om uitleg te geven. “Kinderen plegen zowat overal te komen en schijnen te beschikken over de eigenschap alles op te merken en zij moeten dan direct een volwassene waarschuwen”, viel te lezen in een verslag in de“Opregte Steenwijker Courant.” De prijs van de driehoek bedroeg 75 cent per stuk en bij een afname van 10 of meer was de prijs 50 cent. Op 18 maart ontving de 83-jarige heer W. Keizer aan de Oldemarktseweg het eerste exemplaar uit handen van voorzitter dokter J. Bouwer sr. Enkele weken na invoering bewees de waarschuwingsdriehoek zijn nut. “Een werkman van Staatsbosbeheer merkte op de Woldberg bij een bejaard echtpaar de driehoek op. De man was in de nacht overleden en zijn vrouw die nagenoeg blind was plaatste de driehoek voor het raam. De werkman trof daarna direct maatregelen”, aldus de “Opregte Steenwijker Courant.”
Uitreiking door dokter Bouwer sr. van de eerste SOS-waarschuwingsdriehoek aan de heer W. Keizer aan de Oldemarktseweg.
Foto: Henk Bruinenberg, archief Teun Smit
Het jaar 1969
Vier jaar na de oprichting van de Raad voor Bejaarden begonnen verscheidene instanties op te merken, dat er in Steenwijkerwold op het gebied van ouderenwerk opvallende zaken aan de orde waren. Zelfs de Duitse tv kwam activiteiten filmen in Steenwijkerwold.
Babyfoon op de Pol
Het jaar was nog niet begonnen of er ontstond een relletje tussen de Raad voor Bejaarden en de PTT, waarvan zelfs de landelijke pers lucht had gekregen. De telefoon van burgemeester Boldingh schijnt in de eerste week van 1969 roodgloeiend gestaan te hebben. Van de Raad voor Bejaarden had Jan de Lange op De Pol een babyfoon gekregen om contact te kunnen leggen met zijn buren; de familie Op de Weegh. Iedere dag werd er even een praatje gemaakt met de buren. De babyfoon had een bereik van ongeveer 1500 meter. De Raad had plannen om meerdere alleenwonende ouderen hiervan te voorzien. De Opregte SteenwijkerCourant hierover: “Men krijgt het gevoel dat men niet alleen meer is en men kan als dit nodig is één van de kinderen oproepen.”
Volgens de PTT zou het apparaat het telecomverkeer storen en voor zeer gevaarlijke situaties kunnen zorgen. Zelfs de VARA kwam televisieopnames maken en de KVP stelde hierover vragen aan de Minister van Verkeer en Waterstaat. De PTT bond in en op voorwaarde dat er niet meer publiciteit aan zou worden gegeven mocht Jan de Lange gebruik blijven maken van zijn babyfoon.
De heer Jan de Lange met de eerste uitgereikte babyfoon.
Foto: Henk Bruinenberg, archief Teun Smit
Waakdienst
In juni 1969 ging de Raad in samenwerking met de Vrouwenvereniging Witte Paarden, het R.K. Vrouwengilde en de N.H. Vrouwenvereniging een voor die tijd uniek samenwerkingsverband aan. Er werd een “waakdienst” opgezet. Bij zeer ernstig zieke bejaarden die geen familie hadden zou kunnen worden overnacht. Om met deze nieuwe dienstverlening ervaring op te doen werd er gestart met het rayon Kerkbuurt-Gelderingen. Op 5 november gaf dokter Bouwer sr. samen met de wijkzusters Witteveen en Vonk de 26 mensen die zich voor de dienst hadden opgegeven een instructieavond in café Gelderingen. Als hoofd van de dienst werd mevrouw Gonda Eilers benoemd. Vaak hoefde de dienst niet in actie te komen, maar in geval van nood kon er altijd een beroep op worden gedaan. In de weekenden namen enkele zusters van “De Voorzienigheid” de waakdienst over.
Bouw van bejaardenwoningen
In 1969 ontstond eigenlijk bij toeval het idee om te starten met de bouw van bejaardenwoningen in Steenwijkerwold. Een enorme uitdaging, want dit was totaal iets anders dan de activiteiten waarmee de Stichting Raad voor Bejaardenwerk zich tot dan altijd had beziggehouden. De gemeente Steenwijkerwold kreeg van de provinciale overheid niet voldoende ruimte toegewezen om woningen te bouwen voor bejaarden. Een particuliere stichting mocht dit wel, mits deze dit zelf kon financieren. Volgens de statuten was het geen probleem dat de Stichting Bejaardenwerk zich hiermee ging ‘’bemoeien’’ Het doel was immers het behartigen van alle belangen van de bejaarden in Steenwijkerwold en hier viel ook de bouw van woningen onder. Het zouden er in eerste instantie 12 moderne woningen worden, zelfs met centrale verwarming. De woningen zouden worden gebouwd aan de Ten Dale. Het uiterlijk van de woningen zou vrijwel hetzelfde worden als de ernaast gerealiseerde bejaardenwoningen van de gemeente.
De eerste bejaardenwoningen aan de Ten Dale. Foto Henk Bruinenberg, archief Teun Smit
‘t Olde Wold
Dinsdagmiddag 21 maart 1978 werd dienstencentrum ’t Olde Wold aan de Oldemarktseweg officieel in gebruik genomen. Het gebouw werd gehuurd van de gemeente Steenwijk. Tot de ingebruikname van de Woldschool in1956 was op deze plaats de openbare lagere school gevestigd. Na een verbouwing werd het in gebruik genomen als gymlokaal. Na een zoektocht van vele jaren had de stichting dan eindelijk een eigen onderkomen. De tijd van vergaderen in dorpshuizen en cafés was voorbij. Regelmatig kwam het voor dat een vergadering niet door kon gaan wegens een begrafenis. Ook de administratie kon daar nu worden ondergebracht. Voorzitter Pé Vredenburg was enorm blij met het nieuwe onderkomen: “En eerlijk is eerlijk, al onze dromen over een eigen gebouw zijn overtroffen. Het is een plaats die de oudere inwoners van het Wold als hun “vaste stekje” mogen beschouwen om dingen te doen waar ze plezier in hebben.”
De oude openbare school en gymzaal, later ’t Olde Wold. Foto uit 1962 gemaakt door Henk Bruinenberg
Doordat het een oud en niet zuinig gebouw was, waren de kosten voor onderhoud en energie relatief hoog. Een modernisering van het gebouw was noodzakelijk. De kachel werd vervangen en er werd wat onderhoud gepleegd, maar de gemeente wilde geen grote renovatie.
In 1998 ontstonden de eerste ideeën om van ’t Olde Wold een multifunctioneel centrum te maken. Met name voorzitter mevrouw Boldingh verzette zich hevig tegen deze plannen, ondanks de wens van een groot deel van het dorp. Zij wilde alleen een grote verbouwing en aan andere ideeën wenste zij geen medewerking te verlenen. De kosten voor de activiteiten zouden bij een nieuw te bouwen multifunctioneel centrum voor de deelnemers volgens haar te hoog uitvallen. In 2005 werd een haalbaarheidsonderzoek gehouden.
De conclusie was dat verbouwing van ’t Olde Wold economisch onrendabel zou zijn. In dat jaar werd een intentieverklaring met Dorpsbelang Steenwijkerwold, Stichting Raad voor Bejaardenwerk en de Hervormde Gemeente opgesteld om een nieuw te bouwen multifunctioneel centrum mogelijk te maken. Het zou moeten worden gebouwd op de plaatst van “Het Centrum” tegenover de Hervormde Kerk. Mevrouw Boldingh kon zich niet in dit besluit vinden en stopte na bijna 40 jaar met haar bestuurswerk voor de stichting. Penningmeester Jan ten Klooster volgde haar als voorzitter op. In 2011 werd het gebouw gesloopt, om plaats te maken voor de bouw van tien nieuwe huurappartementen. Heel toepasselijk kreeg het complex de naam ‘t Olde Wold.
Hoogthij
Na jaren van voorbereiding werd op 18 augustus 2009 gestart met de bouw van het nieuwe Multifunctioneel Centrum, dat later de naam Hoogthij kreeg. De kosten van het nieuwe gebouw bedroegen 3,3 miljoen euro. Dit bedrag werd opgebracht door een aanzienlijke bijdragen van de Stichting Raad voor Bejaarden Steenwijkerwold, lokale partijen en subsidies van de gemeente Steenwijkerland en de provincie Overijssel. De exploitatie kwam in handen van Woningbouwvereniging Woonconcept.
Op 13 november 2010 werd het nieuwe gebouw officieel geopend. Met de naam Hoogthij wordt bedoeld de natuurlijke hoogte die ontstond tijdens de laatste ijstijd rond het dorpje Thij. Dit was een plek waar bewoners uit de omgeving vaak samen kwamen. Een toepasselijke naam dus voor dit Multifunctionele Centrum.
In 2025 is er vanwege financiële redenen door AVOS – de opvolger van de Stichting Raad voor Bejaardenwerk Steenwijkerwold – voor gekozen al haar activiteiten onder te brengen in een nieuw gebouw naast het wooncomplex Woldleite.
Oprichting AVOS in 2011
In 2011 besloot het bestuur van de Stichting Bejaardenwerk Steenwijkerwold om na ruim 45 jaar haar naam te veranderen in: Stichting Actief Voor Ouderen Steenwijkerwold (AVOS) De term “bejaardenwerk” paste niet helemaal meer bij het doel van de stichting. Een oudere uit 1960 is natuurlijk niet meer te vergelijken met iemand uit de 21ste eeuw. De belangrijkste doelstellingen van de nieuwe stichting blijven vanzelfsprekend bestaan, te weten: het beheer van onroerend goed en het verzorgen van het welzijnswerk voor ouderen in Steenwijkerwold.
De Soos Woldleite
In 2025 is gestart met de bouw van een ontmoetingsruimte bij de Woldleite. Na jaren gebruik te hebben gemaakt van de zaal in Hoogthij, is besloten om een eigen gebouw te realiseren. De redenen hiervan zijn van financiële aard. De huurkosten van Woonconcept (Hoogthij) blijven stijgen en het is een gebouw waar het energiegebruik moeilijk in eigen hand is te houden. Als goed beheerder van de financiën van de AVOS was het punt bereikt, dat een investering door AVOS zelf voordeliger is dan langdurig in Hoogthij te blijven. Met het gebouw in eigen beheer kan AVOS zelf besluiten nemen en meer activiteiten gelijktijdig laten plaats vinden. Het gebouw is een ontmoetingscentrum voor alle senioren voor activiteiten of voor persoonlijk contact. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen en is voorzien van een personenlift. De begane grond is ingericht voor de biljarters met vier biljardtafels. Op de eerste verdieping kunnen alle activiteiten plaatsvinden. Alle etages zijn voorzien van een keuken en een toiletgroep. Er wordt verwarmd met een warmtepomp en er zijn zonnepanelen voor opwekking van electriteit. Aan de voorgevel komt een fietsenhok van de Woldleite. Parkeren voor bezoekers blijft op de algemene ruimte bij het Woldplein en niet op de parkeerplaatsen van de bewoners van de Woldleite.
Als naam van het nieuwe gebouw is gekozen voor “De Soos Woldleite”. De Soos verwijst naar de benaming uit het verleden. “De Soos Woldleite werd op zaterdag 24 januari feestelijk geopend.