Historie Steenwijkerwold
Sjef Damhuis
Het was als grap bedoeld
“Het was echt als grapje bedoeld”
Twee scholieren uit de Steenwijkerwold kopen een oorlogsschip
Op een koude donkere winteravond in januari 1975 keken de broers Jan (17 jaar) en Bert Veenstra (15 jaar), wonende aan de Blaankamp, aandachtig naar het actualiteitenprogramma TROS-Aktua. Een van de onderwerpen in het programma dat hun interesse had gewekt was, de voorgenomen verkoop van de onderzeebootjager Hr. Ms. Noord-Brabant. Het in 1951 gebouwde oorlogschip met een lengte van 110 meter raakte in 1974 tijdens een aanvaring op de Oosterschelde met een Engels vrachtschip zo zwaar beschadigd, dat het slechts verkoopbaar was als oud ijzer. De twee broers besloten die avond om een schriftelijk bod van 600.000 gulden (€ 272.000) te doen op het oorlogsschip.
De torpedojager Hr.Ms. Noord Brabant
Op dinsdag 11 februari viel er een brief van de Dienst der Domeinen in de bus met de mededeling dat hun bod was geaccepteerd. Ze schrokken zich wezenloos, want het bod was als een grap bedoeld en de familie Veenstra was niet kapitaalkrachtig genoeg om dit enorme bedrag op te brengen. De verwachting van de broers was dat de boot enkele miljoenen zou opbrengen. De landelijke pers kreeg al snel lucht van de toewijzing en journalisten van alle kranten wisten het huis van de familie Veenstra aan de Blaankamp te vinden. In alle kranten stond de reactie van vader Hendrik Veenstra op de actie van zijn zoons: “Van een kale kip kun je niet plukken” en van zoon Bert: “ze kunnen ons niets maken want we hebben de brief lekker niet ondertekend”. Domeineninspecteur J. Groenwold dacht daar iets anders over: “Het bod van de broers was wel degelijk ondertekend. Als ik wil, kan ik Jan en Bert dus voor de 600.000 gulden aansprakelijk stellen”, waarschuwde de inspecteur voor een al te vroegtijdig optimisme over de afloop van de scholierengrap.
Vader Hendrik Veenstra deelde de uitleg van de inspecteur niet. “Dat een officiële instantie een door twee kinderen geschreven kattenbelletje zo serieus heeft opgevat, heeft me meer verbaasd dan het feit dat Jan en Bert in een overmoedige bui in de pen zijn geklommen”. Jan probeerde de actie van de broers in de Telegraaf een beetje te motiveren. “Ik had dolgraag eens op zo’n oorlogsschip rondgekeken. Ik dacht namelijk dat als je een bod deed, dat je automatisch zou worden uitgenodigd om het schip eens rustig te komen bekijken.”
Na enkele dagen van spanning kwam de verlossende mededeling dat het oorlogsschip voor 477.000 gulden (€ 217.000) gekocht was door een Belgisch slopersbedrijf. Het laagste bod op de boot was slechts 25 gulden. In totaal waren er 21 biedingen uit heel Europa.
De wens van de broers om een bezoek te brengen aan een echt oorlogsschip werd verhoord, want een week later ontvingen ze een telegram van minister van defensie Vredeling met een officiële uitnodiging, om een echt oorlogsschip in Den Helder te komen bezichtigen. Ook stond er nog een ontbijt en een rondvaart door de haven op het programma. Het avontuur van de broers kreeg gelukkig toch nog een goede afloop.
Jan en Bert tijdens de rondleiding op de marinebasis in Den Helder