Historie Steenwijkerwold
Sjef Damhuis
Dorpsgenoten naar Nederlands-Indië
Dit jaar is het 80 jaar geleden dat de eerste dienstplichtigen door de Nederlandse regering naar het voormalige Nederlands-Indië werden gezonden. Uit de voormalige gemeente Steenwijkerwold vertrokken ruim 200 jonge mannen vrijwillig, of als dienstplichtig militair naar “de Oost”.
Dorpsgenoten die naar Nederlands-Indië vertrokken waren onder andere: Bep Hof, Ben Hof, Jan Damhuis, Hennie Damhuis, Joan Tiel Groenestege, Theo Hanema, Gé Scholten, Piet Mars, George Huis in ’t Veld, Bep Huis in ’t Veld, Johan Boelens, Sieger Veenstra, Jan Dekker, Lucas Bennen, Bernard ter Schure en Pé Eilers.
Bernard ter Schure en Pé Eilers keerden niet terug, zij worden jaarlijks op 4 mei herdacht bij het Indië monument op de algemene begraafplaats in Steenwijkerwold
Bevrijding
Op 5 mei 1945 werd Nederland bevrijd, maar “ons” Nederlands-Indië nog niet. Vrijwel direct na de capitulatie begon de Nederlandse overheid met het werven van vrijwilligers om onze kolonie in Azië te bevrijden van de Japanners. Tijdens bevrijdingsfeesten werd overal het liedje “wat doen we met de keizer van Japan”? uit volle borst gezongen. Op 1 juni 1945 verscheen er al een advertentie in de Steenwijker Courant met een oproep aan jongemannen om zich te melden als oorlogsvrijwilliger voor Nederlands-Indië.
In de Steenwijker Courant stond nog een begeleidend artikel, waarin werd geschreven dat mannen die zich als oorlogsvrijwilliger aanmelden gezond moeten zijn en “de groot Nederlandse gedachte is toegedaan en wel in dier zin, dat hij Indië beschouwd als een onafscheidelijk deel van ons Koninkrijk, zich in de eerste plaats beschikbaar stelt voor de bevrijding van Indië, dus zich aanmeldt als oorlogsvrijwilliger. De Leeftijdsgrens is van 18 tot 36 jaar.”
Veel jonge mannen meldden zich aan om als vrijwilliger mee te helpen Indië te bevrijden van de Japanse onderdrukking. De redenen om zich vrijwillig aan te melden waren nogal verschillend: de zucht naar avontuur, werk en een zeer goede financiële vergoeding.

De politieke situatie in Nederlands-Indië
Terwijl in hoog tempo de vrijwilligers werden klaargestoomd voor de strijd in de tropen, nam de situatie in Nederlands-Indië een onverwachte wending. Op 15 augustus capituleerde Japan en twee dagen later op 17 augustus riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid uit van de nieuwe republiek Indonesië.
Reactie Nederlandse regering
Pas na enkele weken besefte de Nederlandse regering dat de onafhankelijkheidsverklaring serieus genomen moest worden. Erkenning van een zelfstandig Indonesië was echter uitgesloten. De uitgeroepen republiek werd beschouwd als een creatie van de Japanse vijand en Soekarno had ook nog eens intensief met ze samengewerkt. Nederlands-Indië was ook nodig voor de opbouw van de Nederlands economie die na de Tweede Wereldoorlog in puin lag. Enige mate van zelfstandigheid was mogelijk, maar onafhankelijkheid was uitgesloten.
Dienstplichtigen naar Nederlands-Indië
In september 1945 constateerde minister van Oorlog J. Meynen, dat de belangstelling om als oorlogsvrijwilliger naar Nederland-Indië te worden uitgezonden niet groot was. Door de terugtrekking van het Britse leger uit Nederlands-Indië waren de aantallen oorlogsvrijwilligers onvoldoende om “orde en rust” in onze kolonie te brengen. De situatie werd steeds onrustiger. Volgens de grondwet was het niet mogelijk om dienstplichtigen tegen hun wil naar overzeese gebiedsdelen te sturen. Een grondwetsherziening in 1946 bracht hiervoor uitkomst, uitzending van dienstplichtigen was nu mogelijk. Op 24 september 1946 vertrok het eerste troepentransportschip met dienstplichtigen naar Nederlands-Indië
Dirk Vredenburg (1927-1992),
diende als marinier in Nederlands-Indië.
Bep Hof (1926-1994)
diende als chauffeur in Nederlands-Indië
Sieger Veenstra (1927-1999)
diende als soldaat 1e klas
op het eiland Java.
Jan Damhuis (1925-2014)
was gelegerd op het eiland Java
Joan Tiel Groenestege
uit Gelderingen kreeg ter gelegenheid van zijn behouden thuiskomst in 1950 een nieuwe fiets van zijn buurtgenoten aangeboden.
Het troepentransportschip Waterman waarmee veel soldaten uit Steenwijkerwold naar Nederlands-Indië werden vervoerd.
Politionele acties
In juli 1947 bevonden zich ruim 100.000 Nederlandse militairen in Nederlands-Indië. Het geweld nam van beide kanten toe. De verveling bij de militairen sloeg toe; ze wilden graag in actie komen om hun taak, het brengen van orde en rust uit te voeren. Hiervoor waren ze toch gekomen! Op 21 juli 1947 startte het Nederlandse leger een grote militaire actie die bekend staat als de eerste politionele actie. Dit was volgens de regering een grote politieactie om orde en rust in de kolonie te herstellen. Dit klonk voor de buitenwereld natuurlijk mooier dan het voeren van een oorlog. De actie duurde slechts 14 dagen en was gericht op het heroveren van de economisch belangrijke gebieden op Java en Sumatra, zoals plantages, suikerfabrieken en oliebronnen. De actie werd “operatie product” genoemd.
Jan Damhuis uit Thij, gelegerd met zijn eenheid 2-RI in Tasikmalaya schrijft op 12 augustus 1947 aan zijn broer Bernhard: “Ja joh het zijn voor de jongens van 2-RI een paar zware weken geweest, het heeft ons bataljon 5 doden gekost, waaronder mijn vriend Wim. Met 300 man van ons tegen een overmacht van 10.000 man, dat wil wat zeggen, en het heeft maar een haartje gescheeld of we hadden geen infanterist meer terug gezien. De zware wapens konden niets beginnen daar de bruggen waren opgeblazen. Nu is het rustig, maar driekwart van de stad is verbrand, en als je rijk wilt worden dan was dit je kans, maar mij niet gezien.”
Op 25 augustus 1947 schrijft Jan aan zijn broer: “De troepen van de TRI (=leger Soekarno) die verdreven waren zijn teruggekeerd en zitten in de bergen. Iedere nacht werpen ze versperringen op de weg en worden konvooien beschoten. Gisteren verloren we drie man. Wil je geloven dat de jongens hier op zijn van de zenuwen. Morgen worden de gesneuvelde jongens begraven.”
Van 19 december 1948 tot 5 januari 1949 was er een tweede politionele actie, deze had als doel om de regering van de door Soekarno uitgeroepen republiek uit te schakelen. Deze actie kreeg de naam “Operatie Kraai”.
Jan Damhuis schrijft aan zijn broer Bernhard op 27 december 1948:
“We zijn weer tot actie overgegaan! Yogyakarta is met paratroepen bezet. Ze hebben die heren (Soekarno) nu ook te pakken. De Nederlandse regering moet zich niets aantrekken van de Veiligheidsraad, als je nu ophoudt zou de rotzooi nog groter worden. De KLM heeft een landingsverbond in India en Pakistan, we merken het nu al met de post. Hoe was de nachtmis op ’t Wold? Alvast zalig en gelukkig nieuwjaar, ik hoop dat we elkaar zo spoedig mogelijk de hand kunnen schudden.”
Einde van het conflict
Onder druk van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten die zelfs dreigde om de Marshallhulp in te trekken stemde de Nederlandse regering in met een wapenstilstand. Op 27 december 1949 droeg Nederland na 350 jaar aanwezigheid de soevereiniteit over aan de Republiek Indonesië, alleen Nieuw-Guinea bleef buiten de overdracht. De soldaten konden na vier jaar eindelijk naar huis.
“Zij keerden niet terug”
Deze regel staat vermeld op het Indië monument dat op de algemene begraafplaats in Steenwijkerwold staat. Het monument werd in 1995 onthuld ter nagedachtenis aan de tien militairen uit de voormalige gemeenten Steenwijk en Steenwijkerwold die in de periode 1946-1950 omkwamen in Indonesië. Dorpsgenoten Bernard ter Schure en Pé Eilers lieten hier het leven. In totaal stierven er in die periode ruim 5000 militairen.
Bernhard ter Schure 18-01-1920 – 09-07-1946
Bernhard of Benny, zoals hij door zijn vrienden werd genoemd, woonde voordat hij naar Nederlands-Indië vertrok in het dorpje Achterbuurt wat nu de Witte Paarden wordt genoemd. Benny woonde daar met zijn moeder Jacoba en zijn oudere zus Jo. Vader Pier was in 1943 overleden. Jan werkte als landarbeider bij boeren in de omgeving.
Om financiële redenen nam hij als vrijwilliger dienst in het leger. De verdiensten als vrijwilliger waren zeer aantrekkelijk. Op 14 oktober 1945 vertrekt hij met de 1-11- RI via Engeland en Malakka naar Nederlands-Indië. Na een aantal dagen ziek te zijn geweest sterft Benny op 12 juli 1946 in het Juliana ziekenhuis in Bandung. In verschillende publicaties staat dat de doodsoorzaak geelzucht was. In het dossier van de oorlogsgravenstichting staat een aantekening dat Benny gewond was geraakt bij een actie in Tjiandoer (midden Java) op 6 juli. Hierbij werd een andere soldaat gedood. Benny ligt begraven op het ereveld Pandu in Bandung.
Bidprentje uitgegeven tijdens herdenkingsdienst in de RK-kerk Steenwijkerwold
Pé Eilers 03-06-1923 – 21-08-1946
Pé Eilers vertrok als oorlogsvrijwilliger op 14 oktober 1945 met veel buurtgenoten met de 1-11-RI via Engeland en Malakka naar “De Oost”. Pé was afkomstig uit de Molenhoek (nu de Beek) te Steenwijkerwold. Zijn functie in Nederland-Indië was verkenner, waarbij het zijn taak was om inlichtingen over de tegenstander te verzamelen. Een gevaarlijke taak voor iemand die niet echt bekend was met het terrein. Op woensdag 21 augustus 1946 werd hij op vijf meter afstand in de plaats Tjimanggoe op Midden-Java doodgeschoten door een aanhanger van de verzetsbeweging “Banteng Itam” (zwarte stier). Pé ligt begraven op het ereveld Pandu in Bandung.